‘Stil. Jullie maken te veel lawaai.’ Mijn familie weigerde me te redden. Mijn vader zei: ‘Verspil geen bloed aan hem. Hij is maar een ziek kind.’ Dus werd ik daar achtergelaten om te lijden. Toen verscheen er een viersterrenadmiraal, stroopte zijn mouwen op, keek hen aan en zei zeven woorden. De kamer werd stil.
‘Stil. Jullie maken te veel lawaai.’ Mijn familie weigerde me te redden. Mijn vader zei: ‘Verspil geen bloed aan hem….